Huurmonitor Q3 2026 - Duurste huurwoningen nu vaakst verkocht
Rotterdam, 9 oktober 2026 - De verkoop van huurwoningen verschoof in het derde kwartaal van 2026 naar het duurste segment van de vrije sector, blijkt uit een analyse van woningplatformen Pararius en Huurwoningen.nl. Bijna een derde (32,7 procent) van de verkochte voormalige huurwoningen had een huur van meer dan €2.000 per maand, tegen ruim een vijfde (21,3 procent) een jaar eerder. Het aandeel middenhuur, waarvoor sinds 1 juli 2024 de Wet betaalbare huur geldt, daalde in die verkopen van 20,8 naar 14,6 procent. Tegelijk nam het vrije sector huuraanbod af met 12,9 procent en steeg de huurprijs per vierkante meter met 4,4 procent, harder dan de koopprijzen en de inflatie.
Aanbod per prijssegment
Pararius deelt het vrije sector huuraanbod in drie prijsklassen in: vanaf de liberalisatiegrens (€1.228,07) tot €1.500 per maand, van €1.500 tot en met €2.000 en boven €2.000 per maand. Ten opzichte van een jaar geleden verschoof het aanbod naar de duurdere prijsklassen. In de goedkoopste prijsklasse van de vrije sector werden het afgelopen kwartaal 3.037 woningen verhuurd, 23,3 procent minder dan in het derde kwartaal van 2025. Dit segment wordt nog steeds het hardst geraakt, waardoor woningzoekenden met een kleine portemonnee steeds minder te kiezen hebben. In de middelste prijsklasse steeg het aantal verhuurde woningen van 4.925 naar 5.432. Boven €2.000 bleef het aantal met 6.633 woningen nagenoeg gelijk (6.543 een jaar eerder).
Krapte op de huurmarkt
Pararius brengt de verhouding tussen vraag en aanbod in beeld met de krapte-indicator. Die combineert vier elementen: het totale aanbod, de instroom van nieuwe huurwoningen, de looptijd van advertenties en het aantal reacties per woning. Hoe lager de score, hoe krapper de markt.
In het derde kwartaal van 2026 kwam de indicator uit op 0,99, tegen 0,40 een jaar eerder. De krapte nam daarmee iets af, maar een score van 0,99 betekent nog altijd een uitgesproken verhuurdersmarkt. De grens van 5, het punt waarop de markt de vroegste fase van evenwicht bereikt, blijft ver buiten bereik.
Verschuiving van huur- naar koopmarkt
Wanneer een verhuurder besluit een huurwoning te verkopen, dan komt die woning op de koopmarkt terecht. Deze zogeheten uitponding brengt Pararius in beeld met transactiedata van het Kadaster. In het derde kwartaal van 2026 was 5,4 procent van alle verkochte woningen in Nederland een voormalige huurwoning, tegen 5,9 procent een jaar eerder.2
* De cijfers tot en met Q4 2022 zijn samengesteld op basis van eerdere onderzoeken die ten grondslag lagen aan vorige edities van de Huurmonitor.
Voor de verdeling naar huurprijs koppelden Pararius en Huurwoningen.nl hun eigen huurdata aan de Kadasterdata. Daaruit blijkt tegen welke huur een verkochte woning eerder op een van beide platformen stond. Verhuurders doen steeds vaker duurdere huurwoningen van de hand. Van alle uitgeponde woningen had 32,7 procent een huur van meer dan €2.000 per maand, tegen 21,3 procent een jaar eerder. Dit is voor het eerst sinds de start van deze meting (Q3 2024) de grootste groep binnen de uitponding.3 Het aandeel middenhuur daalde in een jaar tijd van 20,8 naar 14,6 procent.
De Wet betaalbare huur moet huren voor middeninkomens betaalbaar maken.4 Sinds 1 juli 2024 geldt een maximale huurprijs voor middenhuurwoningen tot en met 186 punten in het woningwaarderingsstelsel. Binnen de uitponding is de middenhuur sindsdien elk kwartaal een kleiner deel geworden. Ruim acht op de tien verkochte huurwoningen vallen inmiddels in de vrije sector, waarvoor de wet geen maximale huurprijs stelt. Wel betalen particuliere verhuurders in elke prijsklasse box 3-heffing, en die is sinds 2024 verhoogd.5
“De Wet betaalbare huur moest meer betaalbare huurwoningen opleveren, maar bereikt het tegenovergestelde”, aldus Jasper de Groot, directeur van Pararius. “Sinds de invoering zijn al ruim 76.000 huurwoningen door uitponding van de markt verdwenen6, en de uitponding gaat door. Inmiddels verkopen verhuurders zelfs hun duurste woningen, want met de hogere box 3-heffing is, naar ik vrees voor veel verhuurders, ook verhuur in het dure segment niet meer rendabel. Dit maakt het middel erger dan de kwaal; de schade is nu al enorm en het zal decennia kosten om te herstellen naar het oude niveau, dat destijds al veel te klein was.”
De regionale verschillen op het gebied van uitponding zijn groot. Van alle woningen die sinds 1 juli 2024 in Amstelveen zijn verkocht, stond 13,3 procent eerder op Pararius of Huurwoningen.nl te huur. Weesp volgt met 10,1 procent en Amsterdam met 9,1 procent. Ook Rotterdam (8,8 procent), Wassenaar (8,1 procent) en Hilversum (8,1 procent) scoren hoog. Den Haag en Eindhoven komen allebei uit op 7,6 procent. Utrecht staat als enige van de vijf grote steden niet in de top 15. De ranglijst bevat steden waar sinds 1 juli 2024 minimaal 500 woningen zijn verkocht.
Meer weten?
-
2
Het Kadaster levert transactiedata met ongeveer een maand vertraging. De uitpondingscijfers over het derde kwartaal van 2026 gaan daarom over juli en augustus en zijn voorlopig.
-
3
Deze aandelen beschrijven de verdeling binnen de uitponding en zeggen niets over het absolute aantal uitgeponde woningen per segment.
- 4
-
5
Het box 3-tarief ging per 1 januari 2024 van 32 naar 36 procent. Voor een verhuurde woning rekent de Belastingdienst met een vast rendement van 6,00 procent (2026), los van de werkelijke huuropbrengst. Bron: Rijksoverheid en Belastingdienst.
- 6
-
7
Niet van alle woningen is de oplevervorm bekend. De cijfers per oplevervorm zijn berekend op basis van de woningen waarvan de oplevervorm wel bekend is.