In Nederland heeft een huurder, op enkele uitzonderingen na, recht op huurbescherming. Huurbescherming houdt in dat een verhuurder de huurder niet zomaar op straat kan zetten. Hiermee worden huurders beschermd tegen het opzeggen van de huur door de verhuurder.

Wanneer heeft een huurder recht op huurbescherming?

De huurbescherming geldt zowel voor huurders van zelfstandige als onzelfstandige woningen. Het maakt daarbij niet uit of iemand een woning of kamer huurt in de sociale huur of vrije sector. Ook medehuurders, medebewoners en onderhuurders hebben huurbescherming.

De huurbescherming zorgt ervoor dat een verhuurder de huur alleen maar schriftelijk kan opzeggen met een wettelijk geldige reden (ook wel: opzeggingsgrond). Als de reden niet geldig is, kan het contract niet zomaar opgezegd worden. Wel kan de huurder ervoor kiezen om, ook met een ongeldige reden, akkoord te gaan met de beëindiging van het contract. Dan wordt het huurcontract dus wel beëindigd, ondanks er geen geldige reden van toepassing is.

Wet Doorstroming Huurmarkt

Dankzij de Wet Doorstroming Huurmarkt is het sinds 1 juli 2016 mogelijk om een tijdelijk huurcontract af te sluiten. Een huurder heeft dan geen recht op huurbescherming. Hierbij gaat het om een huurovereenkomst van minimaal 6 maanden en maximaal 2 jaar. In het contract dient te worden vermeld hoe lang het contract maximaal geldt. De verhuurder mag niet steeds opnieuw een huurovereenkomst van 2 jaar of korter aanbieden. Na de eerste tijdelijke overeenkomst geldt de tweede overeenkomst als een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De huurovereenkomst eindigt automatisch zodra de huurtermijn volgens het contract voorbij is, maar de verhuurder is wél verplicht om het aflopen van de huur schriftelijk te bevestigen. Dit moet minimaal één maand en maximaal drie maanden voor de einddatum gebeuren. Doet de verhuurder dit niet, dan wordt de huurovereenkomst automatisch omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Vanaf dat moment heeft een huurder recht op huurbescherming. De opzegtermijn voor de huurder is overigens maximaal een maand.

Ook bij hospitaverhuur - wanneer een huurder inwoont bij de hoofdhuurder en een of meer kamers huurt - is de huurbescherming beperkter. De eerste negen maanden gelden in dat geval als proeftijd; binnen die periode kan een verhuurder het contract zonder opgave van redenen opzeggen. Wordt het contract voortgezet, dan geldt wel uitgebreide huurbescherming.

Géén huurbescherming

Huurders die in de volgende typen woningen wonen, hebben geen recht op huurbescherming:

  • woonboten
  • winkelwoningen
  • dienstwoningen
  • recreatiewoningen
  • kamers in een verzorgingstehuis
  • Mondelinge overeenkomst

Indien er alleen mondelinge afspraken zijn gemaakt en er geen schriftelijk huurcontract is, heeft een huurder ook recht op huurbescherming. Mocht er een geschil ontstaan waarover de rechter een uitspraak moet doen, dan is het wel lastiger om te bewijzen welke afspraken er precies zijn gemaakt. Het is hierbij dus van belang dat de gemaakte afspraken kunnen worden bewezen.