Waar de maximale huurverhoging voorheen gekoppeld was aan de inflatie, is de huurverhoging van gereguleerde huurwoningen vanaf juli 2013 inkomensafhankelijk. Het doel van deze maatregel is om scheefwonen en scheefhuren tegen te gaan. De gedachte is dat huurders met een hoog inkomen geen sociale huurwoning zouden moeten huren, omdat ze daarvoor te veel verdienen. Door de huurprijzen voor hen extra te verhogen, hoopt de overheid dat deze huurders ofwel zullen verhuizen naar een huurwoning in de vrije sector, ofwel zullen besluiten een woning te kopen.

Percentages van inkomensafhankelijke huurverhoging

De hoogte van de huurverhoging hangt dus af van het inkomen van het huishouden. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de huurverhoging. Eerst waren er drie categorieën voor inkomensgroepen, maar sinds 2017 bestaan er nog maar twee categorieën, die worden verdeeld door een inkomensgrens van € 41.056. Voor beide groepen geldt een afzonderlijk percentage:

  • Voor huishoudinkomens van onder de € 41.056 geldt een maximale huurverhoging van 3,9% (2018)
  • Voor huishoudinkomens boven de € 41.056 geldt een maximale huurverhoging van 5,4% (2018) Er gelden twee uitzonderingen voor huishoudens boven de inkomensgrens wiens huur niet met het hoge percentage wordt verhoogd: huishoudens die uit meer dan vier personen bestaan, of waarvan één of meerdere personen op de voorgestelde ingangsdatum van de huurverhoging de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.

Sociale huur

De inkomensafhankelijke huurverhogingen gelden alleen voor de sociale huursector, oftewel de niet-geliberaliseerde huurwoningen. Voor de particuliere verhuur ofwel vrije sector huurwoningen is geen maximum vastgesteld aan de door te voeren huurverhogingen. Juist door dit onderscheid hoopt de overheid dat sociale huur te duur wordt voor de scheefwoners zodat zij besluiten te verhuizen naar particuliere huurwoningen. Verhuurders zijn vanzelfsprekend niet verplicht de (maximale) huurverhoging door te voeren.

De Belastingdienst

Om te bepalen hoe hoog het inkomen per huishouden is, kunnen verhuurders van sociale huurwoningen informatie opvragen bij de Belastingdienst. Deze geeft alleen maar aan in welke inkomensgroep de huurder valt en noemt geen concreet bedrag. Er wordt hierbij gekeken naar het inkomen van de huurder van twee kalenderjaren geleden. Op basis van deze informatie wordt bepaald in welke inkomensgroep de huurder valt. Wanneer een huurder het oneens is met de indeling in een bepaalde groep, kan deze bezwaar maken.

Veelgestelde vragen over inkomensafhankelijke huurverhoging:

We hebben enkele veelgestelde vragen over de inkomensafhankelijke huurverhoging en de bijbehorende antwoorden voor je op een rijtje gezet.

  • Wat is de inkomensafhankelijke huurverhoging?

    Dat is een huurverhoging voor sociale huurwoningen waarvan de hoogte afhankelijk is van het inkomen van de huurder. Doorgaans geldt: hoe hoger het inkomen, hoe hoger de huurverhoging.

  • Voor wie geldt de inkomensafhankelijke huurverhoging?

    De huurverhoging geldt voor huurders van een sociale huurwoning.

  • Hoe hoog is de maximale huurverhoging?

    Hoe hoog de maximale huurverhoging is, verschilt per inkomensgroep. Bij huurders met een inkomen tot € 41.056 geldt een maximale verhoging van 3,9%, bij inkomens daarboven geldt een maximum van 5,4%.

  • Hoe wordt de inkomensafhankelijke huurverhoging berekend?

    Al naar gelang het inkomen van een huurder van een sociale huurwoning wordt een huurverhoging doorgevoerd. De verhoging is respectievelijk 3,9% en 5,4%.