Alternatief plan voor zwaar bekritiseerde verhuurdersheffing
De verhuurdersheffing is samen met de inkomensafhankelijke huurverhoging ongetwijfeld de meest besproken maatregel van het huidige woonakkoord. Terwijl minister Stef Blok stug achter zijn plan blijft staan, komt van alle kanten keiharde kritiek op de moordende maatregel. Woningcorporaties denken vooral dat de heffing alle mogelijkheden tot investeren wegvaagt. Om er toch voor te zorgen dat de komende jaren geïnvesteerd wordt in de bouw, renovatie en het onderhoud van sociale huurwoningen komen nu de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) samen met drie topkrimpregio’s (Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen) met een alternatief plan.
Korting op verhuurdersheffing
Waarom corporaties niet belonen als ze investeren in de bouw van huurwoningen door een korting te geven op de verhuurdersheffing? Zo kan Blok’s heffing van kracht blijven zonder dat de bouw compleet stil komt te liggen. De woningcorporaties krijgen met dit voorstel nog steeds alle ruimte om bijvoorbeeld te investeren in achterstandswijken. Ook het aanbrengen van energiebesparende maatregelen zou reden moeten zijn voor een korting op de verhuurdersheffing.
Inkomensafhankelijke huurverhoging
De grote steden en de krimpregio’s benadrukken dat de inkomensafhankelijke huurverhoging te weinig zal opbrengen om de verhuurdersheffing te kunnen bekostigen. Met als gevolg dat corporaties hun geld kwijt zijn aan de heffing en zodoende geen financiële middelen overhouden om nieuwe bouwprojecten te bekostigen.
100 miljoen euro
De krimpregio’s denken zo’n 85 miljoen euro per jaar nodig te hebben voor de bouw, renovatie en sloop. Bij de G4 zou het jaarlijks gaan om 100 miljoen euro. Rotterdam-Zuid is daarbij een duur geval, hiervoor zou nog eens 40 miljoen extra nodig zijn.
Veelgestelde vragen
Wat is de voornaamste kritiek op de verhuurdersheffing?
De verhuurdersheffing wordt zwaar bekritiseerd, met name door woningcorporaties. Zij vrezen dat de heffing alle mogelijkheden tot investeren in de bouw, renovatie en het onderhoud van sociale huurwoningen wegvaagt, en noemen het een "moordende maatregel".
Wie hebben een alternatief plan voor de verhuurdersheffing voorgesteld?
Een alternatief plan is voorgesteld door de G4-steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) samen met drie topkrimpregio’s (Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen).
Wat is het kernidee van het alternatieve plan voor de verhuurdersheffing?
Het alternatieve plan stelt voor om woningcorporaties een korting te geven op de verhuurdersheffing wanneer zij investeren in de bouw, renovatie en het onderhoud van sociale huurwoningen. Ook investeringen in achterstandswijken en energiebesparende maatregelen zouden voor een korting in aanmerking moeten komen.
Waarom bekritiseren de voorstanders van het alternatieve plan de inkomensafhankelijke huurverhoging?
De grote steden en krimpregio's benadrukken dat de inkomensafhankelijke huurverhoging te weinig zal opbrengen om de verhuurdersheffing te kunnen bekostigen. Dit zou ertoe leiden dat corporaties geen financiële middelen overhouden voor nieuwe bouwprojecten en andere noodzakelijke investeringen.
Hoeveel geld schatten de betrokken regio's nodig te hebben voor investeringen?
De krimpregio’s denken jaarlijks zo’n 85 miljoen euro nodig te hebben voor bouw, renovatie en sloop. De G4 schat de jaarlijkse behoefte op 100 miljoen euro, met een extra 40 miljoen euro specifiek voor Rotterdam-Zuid.